Economisch vitaal

Uitwerking per aspect

Aspect Huidige staat Referentiesituatie Effectbeoordeling
Werkgelegenheid goed goed positief
Verdienmogelijkheden redelijk redelijk positief

Werkgelegenheid

Positief

Ingrepen

De ontwerpvisie zet in op versterking van stuwende sectoren (maakindustrie, techniek, ICT, zakelijke en ingenieursdiensten, circulaire bouw en energie) en op een aantrekkelijk vestigingsklimaat, met betere afstemming tussen wonen en werken en verbetering van bereikbaarheid. Daarmee wordt beoogd meer banen te creëren en de arbeidsmarkt veerkrachtiger te maken.

Effectbeoordeling

De ontwerpvisie levert naar verwachting een positief effect op werkgelegenheid door versterking van sectoren, beter vestigingsklimaat en meer banen binnen redelijke reisafstand. Onzekerheden blijven echter bestaan rond naleving, conjunctuur en regionale samenwerking. Een specifiek risico is dat, door veel woningbouw maar geen nieuwe uitbreidingslocaties voor bedrijven, Deventer zich ontwikkelt tot forenzenstad. Dit kan de ambitie dat banen meegroeien met het aantal inwoners onder druk zetten, versterkt door de landelijke trend van mensen die in het westen werken en dankzij de goede treinverbinding in Deventer wonen. Over het geheel genomen is de beoordeling positief ten opzichte van de referentiesituatie (2050), maar dit risico verdient wel aandacht.

Verdienmogelijkheden

Positief

Ingrepen

De ontwerp-omgevingsvisie zet in op een toekomstbestendige arbeidsmarkt met groei van keten- en kennisintensieve sectoren en betere afstemming tussen onderwijs, bedrijfsleven en talent. Dit moet leiden tot hogere lonen, minder armoede en een bredere welvaart voor inwoners.

Effectbeoordeling

Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) wordt een positief effect op verdienmogelijkheden verwacht. Door intensivering van economische activiteit en gericht beleid op scholing, werken en bedrijvigheid in Deventer en regio Stedendriehoek, kan het besteedbaar inkomen stijgen en de armoede onder inwoners afnemen. Wel blijven onzekerheden bestaan rond de snelheid van economische transitie, distributie van winsten en regionale verschillen in arbeidsmarktontwikkeling; die de mate van vooruitgang beïnvloeden.