Gezonde natuur
Uitwerking per aspect
In de onderstaande tabel zijn de verschillende aspecten binnen dit thema op drie manieren beoordeeld: de huidige staat, de referentiesituatie (de verwachte staat in 2050 als de gemeente het bestaande beleid voortzet), en de effectbeoordeling van de ontwerp-omgevingsvisie.
De huidige staat en de referentiesituatie laten zien hoe het aspect er nu voorstaat en hoe het zich zonder nieuw beleid waarschijnlijk zal ontwikkelen. Deze beoordelingen zijn uitgedrukt in vijf kwalificaties: slecht, matig, redelijk, overwegend goed en goed.
De effectbeoordeling laat zien wat het effect van de ontwerp-omgevingsvisie is ten opzichte van de referentiesituatie. Daarbij zijn vijf beoordelingscategorieën gebruikt: zeer negatief, negatief, neutraal, positief en zeer positief. In sommige gevallen is ook een zesde beoordelingscategorie gebruikt: positief*. In deze gevallen is de beoordeling positief, maar zijn er wel grote onzekerheden. Deze onzekerheden zijn onder de aspecten toegelicht.
Belangrijk is dat de effectbeoordeling alleen de verandering ten opzichte van de referentiesituatie weergeeft. Een positief effect betekent dus dat de ontwerp-omgevingsvisie een verbetering brengt ten opzichte van het bestaande beleid, maar niet automatisch dat het aspect in 2050 als geheel goed zal zijn. Bijvoorbeeld: als de referentiesituatie matig is en de effectbeoordeling positief, dan duidt dat op een verbetering, maar niet noodzakelijk op een goede of overwegend goede eindtoestand.
| Aspect | Huidige staat | Referentiesituatie | Effectbeoordeling |
|---|---|---|---|
| Biodiversiteit | matig | matig | positief* |
| Natuurgebieden | redelijk | matig | positief* |
Biodiversiteit
Ingrepen
De ingrepen in de ontwerp-omgevingsvisie richten zich op het versterken van natuur en biodiversiteit in Deventer, met expliciete aandacht voor Natura 2000-gebieden en Natura Netwerk Nederland (NNN), KRW-doelstellingen en reductie van stikstofdepositie. Daartoe worden groen-blauwe hoofdstructuren uitgebreid, ecologische verbindingszones aangelegd en water gerelateerde habitats versterkt. Tegelijk worden maatregelen genomen voor beter waterbeheer, infiltratie en buffering, met een inrichting die bloemrijke randen en watergebonden habitats bevordert.
Effectbeoordeling
De referentiesituatie in 2050 geeft aan dat biodiversiteit onder druk staat door verstedelijking, klimaatverandering en stikstof. De voorgestelde ingrepen verlagen deze druk. Versterkte ecologische verbindingen en grootschalige vergroening verbeteren leefomstandigheden voor zowel beschermde als niet-beschermde soorten, wat leidt tot hogere populatie- en soortdiversiteit en betere KRW- en Natura-kwaliteitsniveaus. Belangrijke maatregelen richten zich op versterken van nectar- en nestgelegenheden voor bijen en insecten en in het terugdringen van lichtvervuiling rondom belangrijke habitats.
Onzekerheden
-
In compacte stedelijke wijken beperkt gebrek aan ruimte de effectiviteit van de maatregelen, vooral wanneer vergroening niet structureel wordt geborgd bij herontwikkeling en beheer. Daarnaast kunnen klimaatverandering, hittestress en droogte de kwaliteit van stedelijk groen aantasten. De daadwerkelijke stikstofreductie (en de baten die daarbij optreden voor de biodiversiteit) hangen bovendien deels af van landelijke en/of regionale maatregelen.
Natuurgebieden
Ingrepen
De ingrepen in de ontwerp-omgevingsvisie richten zich op het versterken van natuur en biodiversiteit in Deventer, met bijzondere aandacht voor Natura 2000-gebieden en NN-aanvulling (NNN), KRW-gebieden en de reductie van stikstofdepositie. Het fundament ligt in het versterken van groen-blauwe hoofdstructuren, ecologische verbindingszones en watergerelateerde habitats, zodat Natura 2000-gebieden beter worden verbonden met omliggende landschappen en de leefbaarheid van zowel beschermde als andere soorten verbetert.
Effectbeoordeling
De maatregelen leveren naar verwachting een positief effect op de natuur ten opzichte van de referentiesituatie (2050) omdat ze de druk op natuur door verstedelijking en stikstofdepositie wat verlichten en netwerken versterken. Door betere ecologische netwerken en hydrologische buffering nemen verstoringen af, verbeteren habitats en komt de KRW-doelstelling dichterbij. Het stikstofdepositie-effect is indirect: maatregelen vergroten de buffer, maar landelijke/internationale stikstofontwikkelingen blijven bepalend. Grote positieve effecten worden verwacht in gebieden waar corridors en natte structuren maximaal worden benut.
Belangrijke opmerking
-
De mogelijke effecten van stikstofdepositie als gevolg van ontwikkelingen in het ontwerp-omgevingsvisie zijn niet meegenomen in deze beoordeling. Deze worden apart meegenomen als onderdeel van de Passende Beoordeling die als bijlage van de omgevingsvisie wordt toegevoegd.
Onzekerheden
-
Stikstofdepositie en vormen van verstoring en versnippering veroorzaakt door economische en bouwkundige ontwikkelingen (zoals de geplande woningbouw, een nieuw bedrijventerrein etc.) kan negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Intensief ruimtegebruik in stedelijke en overgangsgebieden kan daarnaast ecologische verbindingen verzwakken en de water- en bodemkwaliteit beïnvloeden, waardoor gerichte borging en integratie van natuur noodzakelijk blijft.