Ruimte voor werken

Uitwerking per aspect

Aspect Huidige staat Referentiesituatie Effectbeoordeling
Energienetwerk redelijk redelijk positief
Vestigingsklimaat overwegend goed overwegend goed positief
Vestigingslocaties matig overwegend goed negatief
Landbouwareaal overwegend goed redelijk negatief

Energienetwerk

Positief

Ingrepen

Binnen het thema ruimte voor werken behoren energienetwerk-gerelateerde ingrepen gericht op het verzwaren van het elektriciteitsnet, de ruimtelijke reservering voor energie-infrastructuur en de toelichting op lokale opwek en opslag. Concreet gaat het om netverzwaringen, de aanleg van extra hoogspanningsinfrastructuur (zoals een derde hoogspanningsstation), ondergrondse kabeltracés en mogelijkheden voor buurtbatterijen, gekoppeld aan de inzet van decentrale opwekking (zonne-energie op bedrijfsdaken en wind) en energiedragers.

Effectbeoordeling

Deze ingrepen leveren naar verwachting een positief effect op de referentiesituatie (2050). Het totale elektriciteit verbruik neemt toe door de transitie naar duurzame energie, een stijging van gebouwen en elektrificatie van bijvoorbeeld mobiliteit, waardoor netbewust bouwen en efficiëntie-maatregelen belangrijk zijn de druk op het net te beperken. De ingrepen vergroten het energie-aanbod vanuit decentrale opwek (zonne-energie op bedrijfsdaken, wind) en de investeringen in netverzwaring vergroten de capaciteit en verbeteren de transportcapaciteit bij terug levering, waardoor de exploitatie van het net robuuster wordt en opslag (buurtbatterijen) mogelijk toeneemt. Risico’s blijven bestaan in uitvoering en landelijke beleidswijzigingen die tempo en scope van netcongestie-aanpassingen beïnvloeden.

Vestigingsklimaat

Positief

Ingrepen

Ingrepen zijn gericht op een robuustere en aantrekkelijkere vestigingsomgeving zodat kantoren- en bedrijventerreinen beter benut worden en een toekomstbestendige leef- en werkomgeving ontstaat die samenwerken met economische partners ondersteunt. Deze ingrepen moeten het vertrouwen van ondernemers vergroten doordat er meer duidelijkheid komt over beschikbare ruimte, aansluiting tussen wonen, wonen-werken en voorzieningen, en een stabieler beleids- en investeringsklimaat. De ingrepen moeten dus zowel monitoring als concrete faciliteiten bieden die ondernemingsvertrouwen verhogen door minder onzekerheid over ruimte en toekomstbestendig ondernemen.

Effectbeoordeling

Op basis van de ingrepen wordt verwacht dat het vestigingsklimaat positiever uitpakt ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door gerichte transformatie van o.a. leegstaande kantoor- en bedrijventerreinen, een duidelijker ruimtelijk-economisch kader en betere verbindingen tussen wonen en werken, neemt de zekerheid en aantrekkelijkheid voor ondernemers toe. De grootste winsten ontstaan in gebieden waar ruimte en locaties voor bedrijven goed samenhangen met infrastructuur, kennisintensieve sectoren en gemengd wonen-werken. Grote aandachtpunten liggen in de samenhang tussen centrum- en schilgebieden en in dorpen waar beperkte schaal en bereikbaarheid kunnen belemmeren.

Vestigingslocaties

Negatief

Ingrepen

Ingrepen zijn gericht op het versterken en ontwikkelen van vestigingslocaties: betere benutting van kantoren- en bedrijventerreinen, transformatie van leegstaande panden, een nieuw MKB-bedrijventerrein van ca. 45 hectare en gerichte positioning langs kennis- en innovatieroutes. Deze maatregelen zijn bedoeld om de kwaliteit en de kwantiteit van kantoor- en werklocaties te verbeteren, en leegstand te verminderen.

Effectbeoordeling

De voorgestelde ingrepen leveren naar verwachting een negatief effect op vestigingslocaties ten opzichte van de referentiesituatie (2050). De referentiesituatie voor 2050 toont dan wel een economisch vitaal Deventer, maar kent ook knelpunten zoals leegstand en een mismatch tussen aanbod en vraag. De ingrepen beogen deze kloof te dichten door gerichte locaties, transformatie en woon-werkmix. Echter is er nog geen locatie bepaald voor het nieuwe MKB- bedrijventerrein. Dit brengt onzekerheid met zich mee en vormt een risico voor de robuustheid van mogelijk positieve effecten. In perifere gebieden kunnen leegstand en vraagonzekerheden verder aanhouden zonder aanvullende gerichte maatregelen (zoals gerichte campagnes, subsidies of aanvullend toezicht op marktontwikkelingen).

Landbouwareaal

Negatief

Ingrepen

De ingrepen zijn gericht op een balans tussen stedelijke ontwikkeling en behoud van agrarische waarde, met oog voor multifunctionele landbouw en ruimte voor werken langs de randzones. Hiervoor zijn gerichte ruimtelijke keuzes en multifunctionele landbouw als transitieroute voor het agrarisch gebied noodzakelijk.

Effectbeoordeling

De referentiesituatie voor 2050 laat zien dat het buitengebied onder druk staat door expansie en veranderende landbouwpraktijken, terwijl landschappelijke en cultuurhistorische waarden belangrijk blijven. De ingrepen leveren een negatief effect op het landbouwareaal ten opzichte van de referentiesituatie (2050), doordat ruimteclaims van woningbouw, stedelijke uitbreiding en andere functies leiden tot een verdere afname van landbouwgrond. Behoud en waar mogelijk versterking van agrarische functies of multifunctionele landbouw kan lokaal nog bijdragen aan kwaliteit en toekomstperspectief, maar dit weegt niet op tegen de structurele druk op het agrarisch landschap.