Fijn wonen
Uitwerking per aspect
In de onderstaande tabel zijn de verschillende aspecten binnen dit thema op drie manieren beoordeeld: de huidige staat, de referentiesituatie (de verwachte staat in 2050 als de gemeente het bestaande beleid voortzet), en de effectbeoordeling van de ontwerp-omgevingsvisie.
De huidige staat en de referentiesituatie laten zien hoe het aspect er nu voorstaat en hoe het zich zonder nieuw beleid waarschijnlijk zal ontwikkelen. Deze beoordelingen zijn uitgedrukt in vijf kwalificaties: slecht, matig, redelijk, overwegend goed en goed.
De effectbeoordeling laat zien wat het effect van de ontwerp-omgevingsvisie is ten opzichte van de referentiesituatie. Daarbij zijn vijf beoordelingscategorieën gebruikt: zeer negatief, negatief, neutraal, positief en zeer positief. In sommige gevallen is ook een zesde beoordelingscategorie gebruikt: positief*. In deze gevallen is de beoordeling positief, maar zijn er wel grote onzekerheden. Deze onzekerheden zijn onder de aspecten toegelicht.
Belangrijk is dat de effectbeoordeling alleen de verandering ten opzichte van de referentiesituatie weergeeft. Een positief effect betekent dus dat de ontwerp-omgevingsvisie een verbetering brengt ten opzichte van het bestaande beleid, maar niet automatisch dat het aspect in 2050 als geheel goed zal zijn. Bijvoorbeeld: als de referentiesituatie matig is en de effectbeoordeling positief, dan duidt dat op een verbetering, maar niet noodzakelijk op een goede of overwegend goede eindtoestand.
| Aspect | Huidige staat | Referentiesituatie | Effectbeoordeling |
|---|---|---|---|
| Passend woningaanbod | redelijk | matig | positief* |
| Voorzieningenaanbod | overwegend goed | overwegend goed | positief |
| Recreatie | redelijk | overwegend goed | positief |
Passend woningaanbod
Ingrepen
De maatregelen in de ontwerp-omgevingsvisie bevat maatregelen zijn gericht op een gevarieerde, toegankelijke en doorstromende woningvoorraad. Er wordt gestreefd naar een gebalanceerd woningaanbod (de bouw van 10.000 woningen in totaal) volgens het gemeente brede principe van 30% sociale huur, 40% betaalbare koop en middenhuur en 30% in het dure segment, zodat doorstromen makkelijker wordt. De focus ligt primair op inbreiding: bouwen binnen bestaande stedelijke gebieden om de stad compact te houden. Belangrijke transformatiegebieden zijn onder andere de Stadscampus De Kien (ca. 1.000 woningen) en het Roto-kwartier (ca. 700 woningen), die zich ontwikkelen tot gemengde woon-werkmilieus, net als het Haveneiland. Er wordt ook gekeken naar uitbreiding, zoals in Wechelerhoek, waar woningen voor een breed scala aan doelgroepen toegevoegd kunnen worden.
Effectbeoordeling
Vergeleken met de referentiesituatie (2050) leveren de maatregelen naar verwachting een positief effect op passend woningaanbod, maar het totale aantal nieuwe woningen voldoet niet aan de toenemende vraag. Door expliciete aandacht voor een gevarieerde voorraad en doorstromingsopties in vernieuwingsprojecten en gebiedsprogramma’s wordt de omvang en samenstelling van de voorraad naar prijssegment en woningtype professioneler geborgd. Wel is sprake van onzekerheden rondom de mate waarin landelijke beleidswijzigingen en stikstofwetgeving de realisatie kunnen beïnvloeden.
Onzekerheden
-
De effecten zijn het sterkst in transformatiegebieden zoals De Kien, Haveneiland en het Roto-kwartier, waar de gemeente het 30 40 30 principe bij grote woningbouw goed kan sturen en waar het ook logisch is om een gevarieerd aanbod te realiseren. Bij kleinere inbreidingsprojecten, vaak door private initiatieven, is sturing lastiger.
Voorzieningenaanbod
Ingrepen
De ontwerp-omgevingsvisie beoogt een gevarieerde, toegankelijke en nabijgelegen voorzieningeneconomie, passend bij verschillende woonsegmenten en in samenhang met wonen, werken en groen. Hiermee wordt ingezet op een goede match tussen vraag en aanbod en op logische aansluiting van voorzieningen bij locaties en wijkkenmerken.
Effectbeoordeling
De voorgestelde maatregelen leveren naar verwachting een positief effect op ten opzichte van de referentiesituatie (2050). De omvang van voorzieningen neemt toe doordat vernieuwings- en gebiedsprogramma’s voorzieningen meeveren. De tevredenheid stijgt door verbeterde kwaliteit, toegankelijkheid en diversiteit. Ook de nabijheid van voorzieningen wordt verbeterd door strategische locaties en gemengd gebruik. Wel zijn onzekerheden aanwezig rondom uitvoering, betaalbaarheid, onderhoud en verschillen tussen wijken omdat toegang tot voorzieningen niet gelijk verdeeld raakt tussen deze wijken. De grootste positieve effecten worden verwacht in stedelijke kern- en transformatiegebieden, waar ruimte en programmering kansen bieden; minder zekerheid geldt voor perifere wijken waar uitvoering en betaalbaarheid per gebied kunnen verschillen.
Recreatie
Ingrepen
De ontwerp-omgevingsvisie beoogt een gevarieerde en toegankelijke recreatie- en toeristische infrastructuur te versterken, gekoppeld aan wonen en leefomgeving. Doel is meer en gevarieerde mogelijkheden voor buitenrecreatie, sport en cultuur, en een sterker toeristisch aanbod dat bijdraagt aan levenskwaliteit en lokale economie. Een voorbeeld is het Dickens Festijn: een van Deventer landelijke evenementen. Dit onderstreept Deventer als evenementenstad en met een groot recreatief en toeristisch aanbod.
Effectbeoordeling
Op basis van de verwachte ingrepen levert deze aanpak een positief effect op zowel recreatieve voorzieningen als toerisme ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door gerichte gebiedsprogrammering, versterking van recreatie en toeristische kernen en betere aansluiting tussen wonen en recreatie ontstaat een meer samenhangend en aantrekkelijk aanbod. Wel bestaan onzekerheden rondom uitvoering, financiering en onderhoud, en of de aangeboden voorzieningen in alle buurten gelijkmatig profiteren. De grootste positieve effecten worden verwacht in gebieden met transformatie en specifieke recreatie-ontwikkelingen (bijv. kerngebieden en recreatiezones), terwijl sommige perifere wijken mogelijk minder snel profiteren zonder aanvullende inzet.