Natuurlijke systemen
Uitwerking per aspect
In de onderstaande tabel zijn de verschillende aspecten binnen dit thema op drie manieren beoordeeld: de huidige staat, de referentiesituatie (de verwachte staat in 2050 als de gemeente het bestaande beleid voortzet), en de effectbeoordeling van de ontwerp-omgevingsvisie.
De huidige staat en de referentiesituatie laten zien hoe het aspect er nu voorstaat en hoe het zich zonder nieuw beleid waarschijnlijk zal ontwikkelen. Deze beoordelingen zijn uitgedrukt in vijf kwalificaties: slecht, matig, redelijk, overwegend goed en goed.
De effectbeoordeling laat zien wat het effect van de ontwerp-omgevingsvisie is ten opzichte van de referentiesituatie. Daarbij zijn vijf beoordelingscategorieën gebruikt: zeer negatief, negatief, neutraal, positief en zeer positief. In sommige gevallen is ook een zesde beoordelingscategorie gebruikt: positief*. In deze gevallen is de beoordeling positief, maar zijn er wel grote onzekerheden. Deze onzekerheden zijn onder de aspecten toegelicht.
Belangrijk is dat de effectbeoordeling alleen de verandering ten opzichte van de referentiesituatie weergeeft. Een positief effect betekent dus dat de ontwerp-omgevingsvisie een verbetering brengt ten opzichte van het bestaande beleid, maar niet automatisch dat het aspect in 2050 als geheel goed zal zijn. Bijvoorbeeld: als de referentiesituatie matig is en de effectbeoordeling positief, dan duidt dat op een verbetering, maar niet noodzakelijk op een goede of overwegend goede eindtoestand.
| Aspect | Huidige staat | Referentiesituatie | Effectbeoordeling |
|---|---|---|---|
| Bodem & ondergrond | redelijk | redelijk | positief |
| Grondwater | matig | redelijk | positief |
| Oppervlaktewater | matig | redelijk | positief |
| Wateroverlast & droogte | redelijk | matig | positief* |
Bodem & ondergrond
Ingrepen
Het thema bodem en ondergrond in Deventer wordt benaderd vanuit een ontwikkelstrategie waarin regie op ondergrond, samenhang tussen boven- en ondergrond, en ruimte reserveren voor vitale ondergrondse systemen centraal staan. De gemeente houdt regie op de ondergrond en stemt functies als energieopslag, leidingen en groen zorgvuldig op elkaar af. Zo blijven bodems en grondwater veerkrachtig en wordt de uitstoot van broeikasgassen beperkt. Tegelijk blijft aandacht nodig voor ruimtegebrek, bodemsanering en verontreiniging met stoffen als PFAS en lood.
Effectbeoordeling
De maatregelen ten aanzien van bodem en ondergrond leveren naar verwachting een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door minder intensief ondergronds gebruik, bevordering van bodemvitaliteit en gerichte beheersmaatregelen op verontreinigingen, neemt de opslagcapaciteit van koolstof in de bodem toe en de kans op ondiepe bodemdaling bij veen- en kleigronden af. Dit draagt bij aan het terugdringen van CO2-uitstoot en versterkt de robuustheid van het watersysteem. De grootste voordelen worden verwacht in gebieden met kwetsbare bodemtypen (veen- en kleigebieden) en langs grootschalige ondergrondse infrastructuur. Wel blijven onzekerheden bestaan wat betreft uitvoeringstermijnen, de exacte mate van CO2-opslag in de lokale bodem, en de omgang met complexe verontreinigingssituaties bij herontwikkelingen.
Grondwater
Ingrepen
Er wordt ingezet op grootschalige waterbergings- en infiltratiemogelijkheden via groenblauwe structuren en regenwaterbeheer, met regels voor waterbewust bouwen, het afkoppelen van regenwater van het rioolstelsel waar mogelijk en sturing op vitale bodem en ondergrond. Deze maatregelen zijn gericht op het verhogen van waterretentie en infiltratie om de grondwaterstand te herstellen of te verhogen. Daarnaast moeten ze verdroging in kwetsbare gebieden voorkomen door wateropslag en infiltratie in de bodem mogelijk te maken.
Effectbeoordeling
De maatregelen dragen naar verwachting bij aan een betere grondwaterstand ten opzichte van de referentiesituatie (2050), doordat meer regenwater lokaal wordt vastgehouden en geïnfiltreerd, en doordat regenwater wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en de sponswerking van de bodem wordt ondersteunt. Hiermee neemt de kans op verdroging af en wordt de beschikbaarheid van zoetwater in droge periodes vergroot. Wel blijven onzekerheden bestaan over de haalbaarheid van grootschalige infiltratie in alle gebiedsfasen, de variabiliteit van lokale hydrologie en de lange termijn effecten van klimaatverandering. De grootste aandachtspunten gelden voor laaggelegen en kwelgevoelige gebieden waar infiltratie-effecten sterk kunnen verschillen per locatie.
Oppervlaktewater
Ingrepen
De ingrepen in de ontwerp-omgevingsvisie voor oppervlaktewater richten zich op het voorkomen van nieuwe verontreinigingsbronnen en het versterken van natuurlijke filtratie en waterzuivering door vergroting van waterbergings- en infiltratiemogelijkheden (d.m.v. de groen-blauwe hoofdstructuur). Daarnaast worden waar mogelijk regenwaterafvoeren afgekoppeld en wordt bodembewust bouwen toegepast om infiltratie en sponswerking te stimuleren. Ook wordt ingezet op decentrale waterzuivering en een betere afstemming tussen waterbeheer en ruimtelijke ontwikkelingen via de ondergrond-regie en de Omgevingsplan-kaders.
Effectbeoordeling
De combinatie van maatregelen levert naar verwachting een positief effect op zowel oppervlaktewaterkwaliteit als zoetwateraanvoer en -beschikbaarheid ten opzichte van de referentiesituatie (2050), waarin de oppervlaktewaterkwaliteit matig tot redelijk is en waarbij de zoetwatervoorraad onder druk staat door klimaatveranderingen en regionale wateropgaven. Er blijven onzekerheden bestaan over uitvoering in verschillende bodem- en hydrologische omstandigheden. De grootste aandachtspunten liggen in gebieden met beperkte infiltratie (laaggelegen of kwelgevoelige zones) waar afstemming tussen waterbeheer en ruimtelijke planning cruciaal blijven, en in gebieden waar de infrastructuur voor decentrale zuivering of infiltratie nog verbeterd kan worden.
Wateroverlast & droogte
Ingrepen
De ingrepen gericht op waterveiligheid hebben tot doel Deventer ook bij hoge rivierafvoeren veilig te houden en te voorkomen dat woningen blootstaan aan overstromingsrisico’s. Dit gebeurt door ruimtelijke reserveringen voor de IJsselbypass vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0 en de versterking en herinrichting van dijken en kades na 2030 binnen HWBP. Ook meervoudige waterbergings- en groenblauwe maatregelen moeten de afvoer verbeteren en daarnaast waardevolle natuur en recreatie mogelijk maken. Door deze integrale aanpak worden zowel korte als lange termijn risico’s gemitigeerd, en wordt aangesloten bij het bredere watersysteem.
Effectbeoordeling
De waterveiligheidsmaatregelen leveren naar verwachting een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door meer ruimte voor de rivier, versterkte dijken en gerichte waterberging wordt het risico op overstromingen voor inwoners verkleind en het watersysteem robuuster. De grootste effecten worden verwacht nabij Deventer langs de IJssel en bij gebiedsopgaven zoals de bypass en dijkversterkingszones. De beoordeling is positief met een kanttekening: de maatregelen verkleinen het overstromingsrisico, maar stedelijke uitbreiding vraagt om voortdurende aandacht en aanvullende maatregelen op lokaal niveau. De groei van Deventer en de ontwikkeling van nieuwe woningen in gebieden zoals Wechelerhoek en Baarlerhoek leggen extra druk op het watersysteem, doordat verdichting en verharding de infiltratiecapaciteit verminderen. Ook blijven onzekerheden bestaan over uitvoeringstempo, afstemming met HWBP-planning en lokale ruimtelijke uitvoering.
Onzekerheden
-
De beoordeling is positief met een kanttekening: de maatregelen verkleinen het overstromingsrisico, maar stedelijke uitbreiding vraagt om voortdurende aandacht en aanvullende maatregelen op lokaal niveau.
De groei van Deventer en de ontwikkeling van nieuwe woningen in gebieden zoals Wechelerhoek en Baarlerhoek leggen extra druk op het watersysteem, doordat verdichting en verharding de infiltratiecapaciteit verminderen. Ook blijven onzekerheden bestaan over uitvoeringstempo, afstemming met HWBP-planning en lokale ruimtelijke uitvoering.